Tom Breur  |
 |
Tom Breur helpt als onafhankelijk consultant bedrijven meer geld te verdienen met hun data. Oorspronkelijk begonnen als dataminer, houdt hij zich in zijn huidige praktijk vooral bezig met strategie, datawarehousing, organisatie-alignment, en training en coaching van BI-professionals. Als spreker en docent heeft hij een reputatie opgebouwd met zijn kritische en controversiële kijk op het vakgebied. |
01 juni 2010 - Do you twitter?
In de hotel lobby liet een collega laatst trots zien hoe hij zijn stoel aan het selecteren was op een Lufthansa vlucht. Hiervoor gebruikte hij zijn iPhone, en het zag er inderdaad heel leuk uit. Maar tegelijkertijd bekroop me ook een vreemd gevoel. Konden we niet “gewoon” kletsen, van mens tot mens? En sinds wanneer kun je midden in een gesprek de telefoon opnemen?? OK, als je vrouw op het punt staat te bevallen, alas.
Ik logeerde laatst in Elst (Gld), en zou de volgende dag met mijn vriend in Driebergen gaan fietsen. Het was mooi weer, en in een sportieve bui besloot ik erheen te fietsen, een prachtige tocht over de Utrechtse Heuvelrug. Eenmaal daar aan gekomen bleek dat hij zich had vergist. Dus had hij s’ochtends een mailtje gestuurd. “Hij zal wel zes keer per dag zijn mail checken”, moet hij gedacht hebben, dus fietste ik tevergeefs van Elst naar Driebergen.
Aan die fietstocht was niets verloren (integendeel!), maar ik realiseerde me weer hoe mensen lijken te verwachten dat je altijd en overal je email bekijkt. Mijn SLA is dat ik telefoon altijd binnen 90 minuten beantwoord, en email binnen 24 uur. Dat vond ik al best aardig. Maar omdat ik zo’n Huckleberry heb, denkt iedereen schijnbaar dat je de hele dag niks anders doet??
Nou hebben tegenwoordig zelfs de Masai (Tanzania) mobieltjes, een van de weinige Afrikaanse volken die zich (nog) niet met de rest van de samenleving hebben geïntegreerd. Dus logisch dat verwachtingen over bereikbaarheid en responsiviteit veranderen.
Mijn telefoon/PDA is een tool om mijn productiviteit te verhogen, en zo behandel ik ‘m ook. En productiviteit verhogen betekent in mijn geval dat ik er zo min mogelijk tijd aan wil besteden. Want alle tijd die ik aan mijn telefoon besteed, ben ik niet productief. Ik probeer me te focussen op de dingen die echt belangrijk zijn, i.p.v. te reageren op alle impulsen die dag in, dag uit, op je af komen.
Ik zit “al” op Facebook, maar heb –ondanks bijna 35 jaar ervaring– nog altijd twee linker computer handen. Het interesseert me ook niet echt, en je kunt nu eenmaal niet overal handig mee zijn. Ik kan een schilderijtje ophangen, en focus me bewust op andere competenties. In de beginjaren van internet abonnementen was ik een van de weinigen die zo’n verbinding aan de praat wist te krijgen. Tsjonge, jonge, wat heb ik daar een spijt van gekregen toen “vrienden” daar lucht van kregen. Ik bleek ineens veel meer “vrienden” te hebben dan ik me had gerealiseerd…
Na afloop van het zeer geslaagde BI event op 18 mei, wisselden we van gedachten. Om te illustreren dat één van de sprekers hem minder kon bekoren, wist een collega te melden “dat het ineens erg druk was op twitter.” Ik heb er een paar keer naar gekeken, maar heb de interface nooit kunnen doorgronden. De vluchtigheid kon me ook niet boeien. Als ik Facebook vergelijk met een receptie lijkt waarvoor iedereen zichzelf kan uitnodigen, roept twitter bij mij associaties op met de biertent tijdens de kermis, gevuld met ectasy slikkende ADHD patiënten…