DBM blog - laatste entry
27-06-2011 - IJdele Mannen
Deze column gaat over een menselijk ICT-onderwerp: mijzelf. U moet weten dat ik recent 50 ben geword ...
Lees meer DBM activiteiten
19 april 2012, Integratieoplossingen voor Applicaties, Gegevens en Processen
9 t/m 10 mei 2012, Pragmatisch identificeren, modelleren, schatten en testen van smart use cases
DBM poll
DBM-poll
Intelligente search-technologie zal de traditionele query verdringen.
Database Tools OLAP
DBM vacatures - Array Jobs
Detail
Rene Veldwijk  |
 |
Dr René Veldwijk (1961) studeerde economie aan de VU Amsterdam met als specialisaties administratieve organisatie en informatica. Na zijn afstuderen ontwikkelde hij zich bij het softwarehuis van Raet als allround engineer en consultant en als specialist op het gebied van gegevensmodellering en ontwerp van flexibele systemen, een onderwerp waarop hij in 1993 promoveerde. Na een periode als manager R&D bij Raet richtte hij in 1996 FAA Partners op dat zich richt op de ontwikkeling en implementatie van flexibele administratieve systemen met eigen concepten. In Database Magazine publiceert hij sinds 1992 artikelen en columns over zowel techische onderwerpen als over de merkwaardige gedachten en toestanden in de ICT wereld. |
27 juni 2011 - IJdele Mannen
Deze column gaat over een menselijk ICT-onderwerp: mijzelf. U moet weten dat ik recent 50 ben geworden, een leeftijd die voor veel mensen de scheidslijn vormt tussen ‘middelbaar’ en ‘plus’. De kalende, grijzende maffia waartoe ik nu behoor heeft speciale bladen en zelfs een politieke partij. Natuurlijk heb ik als rationele hardcore ICT’er niets met het arbitraire getal 50. Dat 50 toch bijzonder is komt door een stelling van mijn hoogleraar organisatiekunde van destijds. Prof. Twijnstra (inderdaad, van Twijnstra Gudde) vond dat leidinggevenden zouden moeten terugtreden op hun 50e en dan gaan vissen of hoogleraar worden. 50 plussers zouden volgens Twijnstra onvoldoende creatief en wendbaar zijn om leiding te geven aan veranderingen. De met de jaren toenemende ervaring en het toenemende vermogen om parallellen te zien tussen heden en verleden zouden de algehele geestelijke aftakeling niet compenseren, dixit de toen 60-jarige Prof. Twijnstra.
Ondanks mijn toenmalige respect voor autoriteit beschouwde ik Twijnstra’s stelling als een ego-statement van een ijdele ex-ondernemer op zoek naar zingeving in de luwte van het onderwijs. Toen ik afstudeerde wist ik dankzij het uitstekende organisatiekundige onderwijs dat ik had genoten zeker dat Twijnstra’s uitspraak een onzinnige overgeneralisatie was. De optimale leeftijd van een leidinggevende wordt, los van diens persoonlijke eigenschappen, primair bepaald door de mate en de aard van de veranderlijkheid van de bedrijfsomgeving. Een gezonde paus van 80 kan er best mee door, maar voor een ondernemer in de social media is 40 zonder meer oud. En naarmate een markt meer of minder veranderlijk wordt verschuift ook de optimale leeftijd van de leidinggevenden. Je kunt dat zelfs omdraaien: als de (top)managers in een bepaalde markt gemiddeld jonger worden is dat een aanwijzing dat de turbulentie in die markt toeneemt – en omgekeerd. Oudere managers zijn gemiddeld betere beheerders en saneerders. Jongere managers zijn beter in staat om fundamentele veranderingen het hoofd te bieden. Elke markt, elk bedrijf, elke afdeling heeft zijn eigen optimum.
De 50-jarige leeftijd bereiken is, terugdenkend aan de lessen uit mijn studietijd, toch een aardig moment om eens naar mijzelf als kleine ICT-ondernemer te kijken in de markt waarin ik mijn brood verdien. Allereerst blijkt dan veel van wat er wordt beweerd over de plusleeftijd waar: geestelijke vermogens zoals het geheugen worden bijvoorbeeld minder en het echte buffelen gaat ook niet meer zo goed als vroeger. Het klopt ook dat erecties langer aanhouden, maar dat terzijde. Wat echter op het eerste gezicht heel bijzonder is, is dat ik het gevoel heb steeds effectiever te worden in het oplossen van problemen en het herkennen van situaties op basis van eerdere ervaringen en redeneringen vanuit analogieën. Ik zeg dat niet om op te scheppen. Nee, het zegt iets over de markt waarin mijn bedrijf en ikzelf opereren. Die markt zit kennelijk dichter bij het Vaticaan dan bij Facebook. Ik vind dat triest voor de markt maar fijn voor mijzelf. Heel fijn zelfs, want ik beweer al sinds vele jaren in dit blad dat de technologische vooruitgang op het gebied van administratieve systeemontwikkeling schijn is en dat er zelfs sprake is van achteruitgang in technologie en menselijk kapitaal. De markt waarin ik opereer takelt kennelijk sneller af dan ikzelf. Mijn persoonlijke intellectuele tragiek en tegelijk mijn economische geluk is dat op mijn specialisme de wetenschappelijke ontwikkelingen nagenoeg stilstaan en de praktijk achteruit holt. Om met Liberace te spreken: “I cry all the way to the bank”.
Wat dan nog resteert is de ultieme zelfrespecttest: “Weet ik meer van mijn specialisme dan vroeger? Kan ik nog wezenlijk nieuwe ideeën ontwikkelen?” Tot mijn oprechte verbazing is het antwoord vooralsnog tweemaal “ja”. Ja, ik weet enorm veel meer van database-ontwerp dan ten tijde van mijn promotieonderzoek als jonge dertiger en zeker meer dan waarover ik sindsdien in dit blad heb gepubliceerd. En wat nog gekker is: het vermogen om werkelijk nieuwe ideeën uit te werken en te realiseren neemt vooralsnog alleen maar toe, al moet ik zeggen dat ik in mijn briljante collega Frido van Orden (een jonge 40’er) over een stevige intellectuele rollator beschik. Ik hoop de komende jaren in dit blad en bij mijn opdrachtgevers te laten zien waartoe een agile 50’er in een stagnerende markt in staat is. Godzijdank zit ik niet in de social media (en ben ik geen paus).
Voordat ik aan deze column begon heb ik Prof. Twijnstra even gewikipediaad. Twijnstra is overleden in 2007, op 85-jarige leeftijd. Ik lees met een sardonische grijns dat hij op zijn 55e moest terugtreden als topman van Twijnstra Gudde vanwege zijn dwaze stelling en dat hij daar later als hoogleraar grote spijt van had. Dat Twijnstra zijn stelling als hoogleraar is blijven uitdragen lijkt mij de ultieme consequentie van een teveel aan ijdelheid en zelfingenomenheid. Dank u, professor Twijnstra, voor deze les. Ik ben een gewaarschuwd mens.
Deze column verscheen eerder in Database Magazine 4-2011
14-02-2012 - Information Builders opnieuw in leiderskwadrant Business Intelligence PlatformsDe evaluatie is gebaseerd op ‘Ability to Execute’ en ‘Completeness of Vision’.
Lees meer
Data Vault
Tijdens het BI-event 2011 vertelt Hans Hultgren , zakenpartner van Dan Linstedt en directeur van de Genesee Academy, over het succes van Data Vault in Nederland.
|
|
|
BI-Matrix
Zoeken
U kunt ook het selectietraject doorlopen.
Klik
hier om het selectietraject te starten.
Database Tools Databasemanagementsystemen
BI-Platform nieuws
AnalyticsDB-Matrix
Zoeken
U kunt ook het selectietraject doorlopen.
Klik
hier om het selectietraject te starten.
ETL-Matrix
Zoeken
U kunt ook het selectietraject doorlopen.
Klik
hier om het selectietraject te starten.
DBM zoeken
Volg DB/M ook op:
DBM vacatures
Laatste editie
DBM agenda
DBM bloggers
DBM Categories
Geen categorieën gevonden.
Blog jaren
DBM sponsor
Database Tools Databasebeheer
DBM Foto
DBM opleidingen
Geen opleidingen gevonden.
Klik
hier om een opleiding te plaatsen.
Database Tools Datawarehousing